Invent

News


Denise in NRC column #9

Wilskracht kan uitgeput raken, maar hoe toon je het aan?

(Lees online)

Wetenschappers moeten zich richten op de vraag hun hun onderzoek repliceerbaar wordt. En geen kostbare denkkracht verspillen aan het beschadigen van elkaar.

Roy Baumeister is op bezoek in Nederland. De Baumeister die vorig jaar nog uitgebreid in het nieuws kwam omdat in een groot internationaal onderzoek niet kon worden gerepliceerd dat er zoiets bestaat als ego-depletie – uitputting van wilskracht als gevolg van eerdere pogingen om niet toe te geven aan iets dat je wel wil maar niet mag. Van Baumeister’s bezoek zal de gemiddelde Nederlander weinig meekrijgen. Een mogelijk publiek optreden over wilskracht werd afgeblazen toen bleek dat de organisatoren een openbare boetedoening voor ogen hadden waarin de beroemde wetenschapper zou vertellen hoe het is om onder vuur te liggen met een onderzoeksprogramma dat in de jaren daarvoor nog bewondering oogstte.

Gedrag aanpassen

Ik snap dat mensen daar graag meer over willen horen, maar het is natuurlijk belangrijker om te weten hoe het nu precies zit met ego-depletie. Een mislukte replicatie is een serieus signaal en Baumeister en zijn collega’s zouden er goed aan doen om diep na te denken over de vraag wanneer en waarom mensen zich niet langer kunnen beheersen – meer dan ze tot dusver in hun publicaties hebben laten zien. Veel mensen binnen en buiten de universiteit zijn dusdanig gefascineerd door ego-depletie dat er snel duidelijkheid moet komen of en onder welke condities het fenomeen bestaat. Zo wordt ook in het recente rapport Weten is nog geen doen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid regelmatig verwezen naar ego-depletie, simpelweg omdat het verstrekkende gevolgen heeft voor het begrijpen van de mate waarin mensen bereid en in staat zijn om hun gedrag in goede banen te leiden. Vooralsnog lijkt het erop dat ego-depletie wel bestaat maar dat de gehanteerde onderzoeksmethode niet toestaat antwoord te geven op de vraag hoe lang het aanhoudt, wie er vatbaar is, en hoe snel iemand weer herstelt.

Gekibbel moet stoppen

Het zou fijn zijn als dit openbare gekibbel zou stoppen en wetenschappers zich weer buigen over de echt belangrijke kwesties. Hoe krijgen we voor elkaar dat onze resultaten betrouwbaar zijn en ook standhouden buiten het lab zonder alle creativiteit te doden? Hoe creëren we een klimaat waar in onderzoeksresultaten bediscussieerd en betwijfeld kunnen worden zonder dat iemand direct verdacht is? En vooral, hoe zorgen we er voor dat nieuwe ideeën geëxploreerd kunnen worden voordat de vraag naar confirmatie aan de orde komt? Het is te hopen dat slimme onderzoekers zich niet laten weerhouden door de huidige replicatiecrisis en blijven nadenken over wanneer en waarom wilskracht uitgeput raakt. Juist door het uitblijven van replicatie zouden wilskracht-onderzoekers geïnspireerd moeten worden om nieuwe wegen in te slaan om uitputting van zelfbeheersing beter te begrijpen.


Denise in NRC column #8

Neem menselijk tekort serieus als burger zelfredzaam moet worden

(Lees online)

“Overheid heeft geen realistisch beeld van burger” kopte de NOS app gisterenmiddag en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Mark Bovens haalde er het 8 uur journaal mee. De WRR laat van zich horen met haar rapport Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op zelfredzaamheid dat gisteren werd aangeboden aan staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Veiligheid en Justitie.

In dat rapport adviseert de WRR de overheid om wat meer rekening te houden met het doenvermogen van burgers en beleid niet uitsluitend te baseren op hun denkvermogen. Het rapport laat met allerlei voorbeelden overtuigend zien dat het vermogen van mensen om goede keuzes te maken niet alleen afhankelijk is van goed kunnen nadenken over de vele opties op het gebied van werk, gezondheid en financiën, maar ook en vooral van het vermogen om actie te ondernemen, plannen te maken en verleidingen te weerstaan – kortom om je eigen gedrag in goede banen te leiden.

Rationeel handelen

Met een handzame samenvatting van psychologisch onderzoek naar doenvermogen in de afgelopen tien jaar laat de WRR zien dat burgers in de problemen komen als beleid ervan uitgaat dat mensen onder alle omstandigheden rationeel handelen. Dat geldt niet alleen voor kwetsbare groepen als mensen met weinig geld of opleiding of mensen die onverwacht te maken krijgen met allerlei tegenslag, maar eigenlijk voor iedereen die even geen zin om de post van de belastingdienst open te maken, zich aan de snelheidsbeperkingen te houden of bij te houden hoeveel stappen hij vandaag heeft gezet om gezonder te leven.

Deze inzichten zijn al jaren gemeengoed onder gedragsexperts maar die zijn er tot dusver niet in geslaagd om deze kennis goed op de agenda te krijgen van beleidsmakers en politici. Goed dus dat de WRR hier prominent aandacht voor vraagt.

Soft paternalisme

De WRR signaleert verder terecht dat er vooralsnog weinig aanwijzingen zijn dat het individuele doenvermogen gemakkelijk verbeterd kan worden. Zij adviseert om die reden om te investeren in keuze-architectuur, een vorm van soft paternalisme waarin de overheid de burger niet in zijn eentje laat aanmodderen met al die lastige beslissingen maar een helpende hand toesteekt in de vorm van beleid dat is toegesneden is op het menselijk tekort.

Het is verheugend dat het rapport goed werd ontvangen bij het gezelschap van beleidsmakers, ambtenaren en wetenschappers (onder wie ikzelf) dat bij de presentatie aanwezig was. Zo ook bij onze slimme staatssecretaris die op persoonlijke titel onthulde dat hij gecharmeerd was van het gedachtengoed dat het rapport uitdraagt en en passant bekende dat hij als enige van het kabinet de dikke pil Thinking Fast and Slow van Daniel Kahneman wel twee keer had gelezen. Dat gaat de goede kant op, want de meeste wetenschappers die ik ken halen met moeite een keer.

De WRR hamert er op dat de overheid er niet alleen op moet letten dat burgers wetten kennen maar ook moeten ‘kunnen’ en dat maatregelen zo geformuleerd moeten worden mensen in staat zijn om ze na te leven, ook als zij een beperkt doenvermogen hebben. Zo’n pleidooi zou tien jaar geleden nog als ongewenste betutteling zijn weggezet, maar inmiddels lijkt voor alle partijen duidelijk dat de participatiemaatschappij alleen kan functioneren bij een serieuze vorm van steun om burgers zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun welzijn.


Jeroen on tv!

Our eye-tracking expert Jeroen had a small appearance in an episode of Galileo. Let’s see if you can spot him!


Denise in NRC column #7

Ook mensen in armoede houden zich bezig met zelfontplooiing

(Read online)

Is de kloof tussen ‘volk’ en ‘elite’ te verklaren uit de mate waarin hun basisbehoeften zijn vervuld? In de gedragscolumn legt Denise de Ridder uit waarom die theorie wel aantrekkelijk is, maar ook bewezen onwaar.

Na de uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen waarbij het aantal stemmen dat de populisten wisten te trekken nog enigszins meeviel, is er bij veel mensen een zekere opluchting dat de kloof die gaapt tussen het volk en de elite wellicht ietsje kleiner is dan verondersteld. Toch blijven de zorgen aanhouden en breekt menigeen zich het hoofd over de vraag waarom een significant deel van de Nederlandse bevolking zich zo slecht gehoord voelt door het zogeheten weldenkende deel van de natie. Een paar weken geleden kwam neurowetenschapper Victor Lamme met een verrassende verklaring waarvoor hij een beroep deed op het gedachtengoed van humanistisch psycholoog Abraham Maslow (1908-1970).

Basisnoden

Maslow heeft furore gemaakt met zijn piramide van behoeften waarin hij verschillende soorten noden onderscheidt die bepalen waar mensen warm voor lopen: aan de basis staan lichamelijke behoeften zoals eten, slapen en onderdak en aan de top ontplooiing en persoonlijke groei. Tussen deze twee uitersten wordt iemands gedrag bepaald door de behoefte aan veiligheid en zekerheid, deel uitmaken van een sociale gemeenschap, en waardering voor je prestaties.

Maslow’s model veronderstelt een hiërarchie. Net als bij een computerspelletje kun je pas door naar het volgende niveau als de behoeften van het daaronder liggende niveau vervuld zijn. Als de basisnoden om in leven te blijven onder druk staan, is iemand volgens Maslow dus gedoemd om op het basale niveau te blijven functioneren en komt hij niet toe aan de hogere behoeften. Bertolt Brecht zei het al: ‘Erst das Fressen und dann die Moral’.

Gesappel

Lamme haalt het oude model van Maslow uit de kast om uit te leggen waarom de elite zich zo weinig gelegen laat liggen aan de noden van de bevolking: zij zijn lekker bezig in de top van de piramide met zichzelf te manifesteren zonder zich te bekommeren om het gesappel van het volk dat is blijven steken op niveau 1 en niet de kans krijgt om zichzelf te ontplooien. De piramide van Maslow heeft voor veel mensen een intuïtieve aantrekkingskracht en is populair in curieuze trainingen waarin mensen op zoek moeten naar zichzelf om beter te kunnen presteren – maar in wetenschappelijke kringen omstreden.

Belangrijkste kritiekpunt is dat er geen enkel bewijs is voor de veronderstelde hiërarchie. In een recente studie onder meer dan 60.000 mensen vonden de Amerikaanse psychologen Diener en Tay  geen aanwijzingen dat eerst basisbehoeften vervuld moeten zijn voor iemand door kan naar het volgende niveau.

Ook mensen die in armoede leven zijn – extreme situaties daargelaten – niet alleen begaan met het lenigen van hun primaire noden maar kunnen tegelijkertijd bezig zijn met hogere behoeften als compassie, gemeenschapszin, goede prestaties en ja, zelfs zelfontplooiing. Ook vonden de onderzoekers geen ondersteuning voor het idee dat je vanzelf door gaat naar het volgende niveau als voldaan is aan de basisbehoeften. Jammer genoeg wordt niet iedereen die te eten heeft en een dak boven zijn hoofd vanzelf een mens die zich bekommert om anderen, verantwoordelijkheid neemt of zichzelf ontwikkelt.

Ongenoegen

Dat zien we ook terug in Nederland. In de afgelopen tientallen jaren is de welvaart gestegen, maar het ongenoegen lijkt navenant toegenomen te zijn. Wie de kloof wil verklaren moet dus met iets beters komen dan de behoeftenpiramide. Maslow schijnt zich aan het einde van zijn leven te hebben afgevraagd hoe het toch komt dat zo weinig mensen ontplooiing nastreven als eenmaal hun basale behoeften bevredigd zijn. Helaas is hij gestorven voor hij het antwoord wist.


Denise in NRC column #6

This is the sixth column of the ‘Gedragscolumn’ series in NRC, in which Denise voices her opinion on the basic income and the duty to seek work. Read it below (or here).

Alleen volwaardige burgers solliciteren uit zichzelf

De sollicitatieplicht schrappen, zoals bij het basisinkomen-experiment in Utrecht, is waarschijnlijk niet voldoende om jarenlange apathie te doorbreken. Dat kan alleen door mensen het gevoel te geven dat ze erbij horen, schrijft in de Gedragscolumn.

Terneuzen, ooit een leuk stadje aan de Schelde waar ik mijn jeugdjaren doorbracht maar inmiddels ten prooi gevallen aan grauwe stadsvernieuwing en lege winkelstraten (maar wel met het laagste percentage werklozen van Nederland), leek even de primeur te hebben met een experiment om een basisinkomen te introduceren voor twintig langdurig werklozen. Staatssecretaris Jetta Klijnsma stak er een stokje voor en nu gaat Utrecht (waar ik nu woon) met de eer strijken.

Wethouder Victor Everhardt heeft in samenwerking met een groep economen van de Universiteit Utrecht een vergelijkbare proef aangekondigd die juridisch wel door de beugel kan. Utrecht deelt geen basisinkomen uit maar ontslaat werklozen van de plicht om te solliciteren en loopt zo beter in de pas met de Participatiewet die niet toestaat dat mensen geld krijgen zonder daarvoor iets terug te doen. De verwachtingen over de effecten zijn torenhoog: niet alleen zal een zogeheten regelarme bijstand ervoor zorgen dat werklozen sneller de weg naar de arbeidsmarkt terugvinden. Maar ook dat ze minder schulden hebben en actiever worden, ja zelfs dat ze een gezonder en gelukkiger leven krijgen, zo meldt de wethouder in een interview met NRC.

Een euro corrumpeert

De gedachte achter een gelukkig leven met een uitkering zonder reïntegratieverplichtingen is even simpel als sympathiek. Als mensen zich niet druk hoeven te maken over solliciteren hebben ze minder zorgen en kunnen ze zich beter ontplooien. Dat idee doet denken aan de psychologische literatuur over intrinsieke en extrinsieke motivatie, populair onder ouders, leraren, sportcoaches en werkgevers – en nu dus ook bij sommige bestuurders. Zo weten veel ouders dat het belonen van goede prestaties de intrinsieke motivatie corrumpeert en dat je dus geen euro aan je kind moet geven als hij een keer scoort met voetbal. En werkgevers weten (of zouden moeten weten) dat een bonus voor een werknemer die een opdracht heeft binnengehaald de lol verpest die mensen ervaren als ze helemaal uit zichzelf een goede prestatie leveren. Om dezelfde reden zou je ook niet met een verplichting moeten afdwingen dat mensen solliciteren als ze dat niet uit zichzelf al doen. Ook dat is funest voor de intrinsieke motivatie.

Apathie doorbreken

Het Utrechtse experiment gaat ervan uit dat het weghalen van de sollicitatieplicht ertoe bijdraagt dat mensen die zonder werk thuis zitten uit eigen beweging een baan gaan zoeken en daar ook meer plezier aan beleven. Langdurige werkloosheid is een enorme aanslag op iemands levensgeluk en alleen al om die reden zijn experimenten als die in Utrecht de moeite waard. Maar de vraag is natuurlijk of het echt zo eenvoudig werkt. Mogelijk neemt hun extrinsieke motivatie om te solliciteren af en hebben mensen minder stress, maar dat is waarschijnlijk niet voldoende om de apathie van jarenlang gedwongen niets doen te doorbreken.

Echt meedoen op basis van intrinsieke motivatie kun je niet bewerkstelligen door een plicht te schrappen. Dat kan alleen door mensen het gevoel te geven dat ze ertoe doen, iets kunnen en erbij horen. Dat hadden ze in Terneuzen beter begrepen. Een basisinkomen geeft een duidelijk signaal dat iemand als volwaardig burger meetelt. En misschien is het dan niet eens zo’n gek idee om een kleine tegenprestatie voor zo’n basisinkomen te vragen – is het geen sollicitatieplicht dan wel een andere bijdrage die ervoor zorgt dat je weer mee kunt doen. Want een beetje extrinsieke motivatie is nog altijd beter dan helemaal geen motivatie.


Science Cafe Manipulation

Denise was being interviewed for the Science Café on manipulation. You can see a recording of it here!

 


Betweter Festival – De Verleidbare Mens

Denise gave a very interesting presentation on ‘de verleidbare mens’ at the Betweter Festival. You can see a recording of it here!


Volkskrant article on Emotional Eating

De Volkskrant has published an article (Dutch) that shines a light on ’emotional eaters’. Several researchers give their opinion on this phenomenon, including our own Catharine. Read the article here!


Denise in NRC column #5

View online

Je bent jong, lakt je nagels en studeert wat

Een paar weken geleden gooide de rector van mijn eigen universiteit de knuppel in het hoenderhok door zich in het openbaar af te vragen of universitair onderwijs wel voor iedereen die dat ambieert toegankelijk moet zijn. Aan journalisten van NRC Next en De Morgen lichtte Bert van der Zwaan de centrale stelling toe van zijn net verschenen boek Haalt de universiteit 2040?: als de overheid minder investeert in het hoger onderwijs en er geen hogere collegegelden komen, is er simpelweg te weinig geld om de vele studenten die de universiteit nu bevolken een goede opleiding te geven en moet er dus wel geselecteerd worden. Op die redenering valt weinig af te dingen – anders dan een fors pleidooi voor een grotere investering in het hoger onderwijs.

Geen talent, ambitie of discipline

Maar Van der Zwaan vroeg zich ook af of iedereen die nu studeert wel echt thuishoort op de universiteit en bracht het hete hangijzer van selectie aan de poort te sprake. Dat is een gedachte die bij meer universitaire medewerkers leeft, maar niet vaak hardop naar buiten wordt gebracht. Een aantal studenten – in de Utrechtse context enkele duizenden van de huidige 30.000, schat Van der Zwaan – mist het talent, de ambitie en de discipline voor een universitaire opleiding.

Voor zover het gaat om talent weet ik niet of het zinvol is om al in een vroeg stadium te selecteren. Goede criteria om academisch talent bij 18-jarigen op te sporen zijn schaars. Anders dan bij het conservatorium kunnen we studenten nu eenmaal niet een stukje laten voorspelen om te kijken of ze het in zich hebben. Als het gaat om selectie op ambitie en discipline kan ik me wel vinden in de redenering van de Utrechtse rector. Net als veel van mijn collega’s word ik met enige regelmaat geconfronteerd met studenten die je glazig aankijken als je ze vraagt wat ze vinden van de literatuur die ze moesten bestuderen, die zitten te Facebooken terwijl je je best doet een belangrijke theorie uit te leggen, of – dieptepunt – hun nagels zitten te lakken tijdens college.

Afrekenen op afwachtend, schools gedrag

Het lastige van selectie aan de poort is echter dat het om grotere aantallen gaat dan de geschatte 10% die zich niet gedragen naar het profiel van de ideale student en die de academische normen van hard en gemotiveerd studeren aan hun laars lappen –  naast de ijverige, creatieve en scherpzinnige studenten die er toch heus ook in grote getale zijn.

Misschien moeten we dan ook niet zozeer vooraf willen selecteren op ambitie en discipline, maar het studenten bijbrengen tijdens hun studie. We zouden kunnen beginnen met de studie wat minder vrijblijvend te maken en studenten afrekenen op hun afwachtende en schoolse studiegedrag. Wellicht horen er minder studenten thuis op de universiteit dan het grote aantal dat we nu jaarlijks verwelkomen.

Maar een topuniversiteit die vooral gericht is op wetenschappelijke bollebozen is het andere uiterste. De samenleving heeft behoefte aan slimme en doortastende mensen met een academische houding die in staat zijn goed na te denken over de complexe problemen van de moderne maatschappij als ze na hun afstuderen buiten de universiteit aan het werk zijn. Het wetenschappelijk toptalent waar de universiteiten naar op zoek zijn komt vanzelf wel bovendrijven. Voor de grote meerderheid geldt dat de universiteit hen moet aanleren om zich academisch te gedragen.


A warm welcome to Dorus!

We are very happy to have Dorus join our team. For the next 3.5 years, he will work on the post-doc project ‘Food in Motion’. See his personal page for more information.

Welcome Dorus!

Scroll to top