Invent

News


Kids learn about science at the Universiteitsmuseum

Last weekend, Tina introduced a group of kids about what it is like to be a scientist in the field of Psychology. These smart kids learned about nudging and gained some hands-on experience. It was a big success!

p1000633-2p1000632-2


Denise in NRC column #4

Tegenstanders van vaccinatie zijn immuun voor voorlichting

(read online) 13 december 2016

Over weinig zaken bestaat zoveel zekerheid in de medische wetenschap als over het nut van vaccinaties: ze sparen levens en hebben nauwelijks bijeffecten. Tot niet zo lang geleden was dit ook een geaccepteerd feit bij het grote publiek, met uitzondering van een groep strenge gelovigen die menen dat ziekte en gezondheid aan god moeten worden overgelaten. Dat veranderde toen in 1998 de Lancet een artikel van de arts Andrew Wakefield publiceerde waarin hij een verband suggereerde tussen vaccinatie en autisme. Sinds die tijd zijn er allerlei anti-vaxgroepen actief en wordt op sociale media volop gespeculeerd over de kwade kanten van vaccinaties. Wakefield’s onderzoek bleek op drijfzand te berusten en de man verloor zijn medische bevoegdheid wegens fraude. Maar dat heeft speculaties over de vermeende onveiligheid van vaccins niet doen afnemen. Integendeel.

Verdwaalde zielen bijspijkeren

Sommige ouders geloven zelfs dat hun kinderen geen risico lopen als het gaat om de ziektes die we proberen te bestrijden met vaccinaties of dat die ziektes niet ernstig zijn. In Nederland maakten we voor het eerst kennis met felle tegenstanders tijdens de invoering van vaccinatie tegen het HPV virus in 2010. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, verantwoordelijk voor vaccinatieprogramma’s, is zich een hoedje geschrokken van de negatieve reacties en heeft er lang over gedaan om met een antwoord te komen. Maar nu pakken ze groot uit en investeren in een voorlichtingscampagne van 2 miljoen om verdwaalde zielen bij te spijkeren over het nut van vaccinatie.

Als het de bedoeling was van het RIVM om discussie op te roepen, is de campagne nu al geslaagd. Bij Jeroen Pauw mochten drie moeders die niet op hun mondje gevallen waren hun gal spuwen over vaccinatie. Elk voorzichtige tegenwerping van de bedeesde arts aan tafel werd terzijde geschoven als flauwekul en was olie op het vuur van hun complotdenken. Het gehele optreden was een fraaie demonstratie van het treurige feit dat educatie niet helpt als mensen heilig overtuigd zijn van het tegendeel en argumenteren al helemaal niet. Tegenstanders van vaccineren om de oren slaan met wetenschappelijke feiten voedt juist hun wantrouwen.

Respect tonen voor waarden

De Amerikaanse jurist Dan Kahan, verbonden aan Yale, liet in 2012 zien dat als het gaat om meningen die de uitdrukking zijn van sterk gevoelde persoonlijke waarden – of het nu gaat om vaccinatie of, in zijn onderzoek, klimaatverandering – discussie niet alleen onzinnig is maar juist averechts werkt. Goedbedoelde pogingen om mensen beter te informeren gaan uit van het idee dat tegenstanders niet snappen waar het om gaat. Maar die veronderstelling klopt niet. Mensen – vreemd genoeg, vooral als ze jong en hoog opgeleid zijn – redeneren niet op basis van rationele argumenten als het gaat om zaken die hen aan het hart gaan.

In het geval van vaccinatie lijkt de scepsis over wetenschappelijke feiten gevoed te worden door een gevaarlijk neo-romantisch verlangen naar ‘natuurlijk’ en ‘authentiek’ gecombineerd met een afkeer van technologie. Het zal niet helpen om over die waarden in discussie te gaan, is de conclusie van Kahan’s onderzoek. Als je wilt dat mensen open staan voor nieuwe feiten die niet passen bij hun overtuiging, moet je respect tonen voor hun waarden – hoe lastig dat ook is als het gaat om misvattingen over vaccinatie. Alleen op die manier is te voorkomen dat ze deze informatie aangrijpen om zich te koesteren in hun eigen gelijk.


Nov 22 – Opening of Living Lab Utrecht by wethouder Victor Everhardt

See Living Lab for more information!


Denise in NRC Column #3

Read it online

Trump buitte ongenoegen handig uit met de focus-illusie

Wanneer mensen gevraagd wordt om over een specifiek aspect van een probleem na te denken, zijn ze geneigd het belang ervan te overschatten. Het is deze ‘focus-illusie’ die door politici als Trump handig is aangegrepen, schrijft Denise de Ridder in de gedragscolumn.

Nog voordat de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen bekend was, werd er al veel geschreven over de aanhangers van Trump, over hun onvrede en het gevoel niet gehoord te worden door de gevestigde politiek. Ik bleef hangen aan een interview in deze krant met de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild naar aanleiding van haar alom geprezen boek Strangers in their own land.

Daarin doet links-liberale Hochschild verslag van de vijf jaar dat ze leefde tussen haar Tea Party friends in Louisana om beter te begrijpen waar hun diepe gevoel van miskenning door het establishment vandaan komt. Het idee dat ze niet serieus genomen worden leeft heel sterk, merkte Hochschild, ook bij bewoners die aardig verdienen en gewoon meedoen in de maatschappij. Ze benadrukt dat het “logisch” is dat de Tea Party-aanhangers zich gekoeioneerd voelen omdat de normen van hun lokale gemeenschap niet gerespecteerd worden door de geprivilegieerde vrijzinnigen aan de kust.

Hoe tevreden je bent hangt ook af van waar je het mee vergelijkt

Dat deed me denken aan een studie van de twee Amerikaanse psychologen David Schkade en Daniel Kahneman uit 1998 naar het gevoel van onvrede dat heerst in het Amerikaanse binnenland. Schkade en Kahneman vroegen een kleine 2000 studenten uit de Midwest en California om aan te geven hoe tevreden ze waren met hun leven. De Midwest geldt in Amerika niet als de meest ideale plek om te wonen terwijl California staat voor zon, geluk en voorspoed. De voorspelling van de deelnemers aan het onderzoek – zowel die uit de Midwest als die uit California –  was dan ook dat de studenten uit California veel tevredener zouden zijn met hun leven.

Er bleek echter geen verschil. Absoluut gezien scoorden de studenten uit de Midwest even hoog op tevredenheid als de studenten uit California. Wel dachten ze dat de Californische studenten het beter hadden dan zijzelf. Vaak wordt deze studie aangehaald als voorbeeld van een focus illusie: wanneer mensen gevraagd wordt om over een specifiek aspect van een probleem na te denken, zijn ze geneigd het belang ervan te overschatten. Door studenten uit de Midwest te vragen om hun leven te vergelijken met dat van inwoners uit California werd het belang van mooi weer en een prettig leefklimaat sterk overdreven met als gevolg dat ze dachten dat zij het minder goed hadden.

Scherpte Trump alleen bestaande tegenstellingen aan?

Is de focus illusie een verklaring voor het ongenoegen van de Tea Party-aanhang in Louisiana? Misschien wel en chargeren ze het idee van niet serieus genomen te worden. Waarschijnlijker is echter dat ze wel een goede reden hebben om ontevreden te zijn, maar ook slachtoffer zijn van een behendig politicus die de focus illusie op gewiekste wijze weet uit te buiten door te hameren op het verschil met de elite. Hochschild is van mening dat Trump de Tea Party-aanhangers – door de bovenlaag weggezet als achterlijke en jammerlijke figuren – hun zelfrespect teruggeeft.

Dat valt nog maar te bezien. Net als andere politici is Trump een meester in het gebruiken van de focus illusie om mensen te laten geloven dat het belang van de zaken waar zij, de politici, de aandacht op vestigen een oplossing vormt voor alle problemen. Meestal zijn dat beloftes van beter onderwijs, betere gezondheidszorg of meer veiligheid. In het geval van Trump is dat anders. Hij weet de focus illusie behendig aan te grijpen om de bestaande tegenstellingen nog verder aan te scherpen.

NRC 15 november 2016


Denise in NRC Colum #2

This is the second column of the ‘Gedragscolumn’ series in NRC, in which Denise voices her opinion on popular diet advises in the media. Read it below (or here).

Eet alleen aan tafel en tank geen calorieën bij de pomp

De Green Happiness affaire waarin twee hippe diëtisten eventjes het gesprek van de dag waren na een interview in deze krant ligt alweer een maand achter ons. Met hun omstreden dieetadviezen – geen eieren eten want dat is ‘menstruatie van een kip’ – haalden de ‘dieetguru’s’ zelfs nationale televisie. Naast hilarische commentaren was er vooral verontwaardiging over het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing voor het door henzelf als ‘gezond’ omschreven dieet.

Maar hoeveel eenduidig wetenschappelijk bewijs bestaat er eigenlijk voor een gezond dieet? In een recent artikel veegt voedingsonderzoeker John Ioannidis van het Stanford Prevention Research Center de vloer aan met het idee dat er wetenschappelijke consensus bestaat over de gezondheidseffecten van specifieke voedingselementen. Voor elke bewering dat voedingselement X effect heeft op gezondheidsparameter Y is er wel een studie te vinden die dit weer onderuithaalt.

Voedingsadviezen leiden nu tot verwarring

In Nederland worstelen de Gezondheidsraad en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al jaren met de vraag hoe we deze complexe en soms tegenstrijdige informatie in een gemakkelijk te begrijpen advies aan de consument moeten gieten. Dat lukt in de meeste gevallen maar matig. Mensen krijgen veranderlijke en overgedetailleerde richtlijnen voorgeschoteld die leiden tot verwarring en scepsis over een gezond dieet.Geen wonder dat sommige diëtisten met een zekere jaloezie kijken naar de sexy adviezen van de green happiness meisjes met hun 200.000 volgers op Instagram. Volgens een enkeling heeft deze benadering, ook al is het klinkklare onzin, zelfs meer kans om Nederland aan het fruit en de groente te krijgen dan de saaie en vaak wat belerende adviezen van het Voedingscentrum. Als foodbloggers daarin zouden slagen, zou dat fantastisch zijn.

Maar behalve het handjevol foodie’s dat de posts van green happiness dagelijks tot zich neemt, lopen er in Nederland nog ruim 8 miljoen volwassenen en kinderen rond die een ongezond dieet hebben en (veel) te zwaar zijn. Een groot deel van die mensen wil graag afvallen en gezonder eten maar slaagt er niet in omdat ze niet weten hoe ze dat moeten doen: ze hebben niks met hippe bloggers en haken af bij saaie dieetadviezen.

Tijd voor radicale ommekeer

Misschien is het daarom tijd voor een radicale ommekeer in het volksgezondheidsbeleid. Als het niet gaat lukken om op korte termijn een aansprekend voedingsadvies te maken dat zowel wetenschappelijk onderbouwd is als gemakkelijk op te volgen in het dagelijks leven, moeten we het over een andere boeg gooien. Het zou al heel veel helpen als mensen minder eten zonder zich veel zorgen te maken over wat ze precies in hun mond stoppen. In onze moderne samenleving kunnen we 24 uur per dag op elke plek (veelal ongezond) eten krijgen, zelfs bij het benzinestation en de kassa van de bouwmarkt.

Een simpel dieetadvies zou daarom niet in detail moeten voorschrijven wat en hoeveel mensen moeten eten maar beter aangeven waar en wanneer het gepast is om te eten. Niet voor niets gooit Michael Pollan met zijn compacte eater’s manual Food Rules hoge ogen in Amerika – met tips als ‘Do all your eating at a table’ en ‘Don’t get your fuel from the same place your car does’ geeft hij consumenten een kans om meer greep te krijgen op een gezond dieet. Het is hoog tijd voor een Nederlandse versie van dit handboek voor eters.


Denise @ Betweterfestival

At the ‘Betweterfestival’, organized by Utrecht University, Denise spoke about ‘de verleidbare mens’. It was a very inspiring talk!

img-20161003-wa0001


Anouk announces willpower ‘experiment’ on Radio FunX

Listen to the interview with with Anouk on FunX! There are a few spots left to participate in her research on willpower. Go to http://www.nietsterkmaarslim.nl/ for more information or check out facebook  for the latest news!


 


Denise in NRC

Denise reflects on the the recent developments regarding the legislative proposal on organ donation. This column is the first of the ‘Gedragscolumn’ series in NRC. Read the very interesting column below (or here).

Bij orgaandonatie geeft ‘ja tenzij’ meer mensen de kans te doen wat ze ook willen

Na jaren gesoebat over het hete hangijzer van actieve donorregistratie, gebeurde afgelopen dinsdag dan toch wat weinig mensen hadden zien aankomen. De Tweede Kamer stemde onverwachts en met een krappe meerderheid voor de initiatiefwet van D66, waarbij iedereen automatisch donor is tenzij hij expliciet aangeeft dat niet te willen.

D66 had het wetsvoorstel meerdere keren aangepast in een poging tegemoet te komen aan de bezwaren van onder meer het CDA en stelt voor om de zeven miljoen mensen die niet reageren op herhaaldelijke oproepen om een beslissing te nemen over donorschap – voor dan wel tegen – te registreren als donor (het ja-tenzij-systeem).

Net als bij eerdere debatten over donorregistratie vlogen voor- en tegenstanders elkaar de afgelopen maanden in de haren met columns, opiniestukken en blogs. Tegenstanders beroepen zich op het principiële argument dat standaard registratie in strijd is met het fundamentele recht op zelfbeschikking en een aantasting van de onschendbaarheid van het lichaam. Voorstanders hameren erop dat het nieuwe systeem de levens kan redden van mensen die nu onnodig vroeg komen te overlijden door het gebrek aan organen.

In dit gepolariseerde debat wordt een belangrijk argument over het hoofd gezien en dat is dat mensen vaak niet doen wat ze wel graag willen doen. Psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat goede voornemens lang niet altijd in daden worden omgezet en dat mensen beslissingen voor zich uit schuiven omdat ze andere dingen aan hun hoofd hebben, vergeetachtig of druk zijn of simpelweg lui. Dat geldt niet alleen voor alledaagse plannen als beter op je geld letten, gezonder eten, of je administratie bijhouden, maar ook voor beslissingen over zwaarwichtige kwesties als orgaandonatie.

In Europese landen waar een ja-tenzij-systeem bestaat (onder andere België, Frankrijk en Oostenrijk), staat meer dan 90 procent van de bevolking geregistreerd als donor. In landen met een nee-mits-systeem is dat vaak minder dan 10 procent. Het is onwaarschijnlijk dat er binnen Europa zulke grote verschillen zouden bestaan in opvattingen over orgaandonatie. De cijfers suggereren eerder dat een ja-tenzij-systeem de grote groep mensen tegemoetkomt die wel donor zouden willen zijn maar er niet aan toekomen zich op te geven.

In de psychologie is het al lang gesneden koek dat het uitgebreid afwegen van voors en tegens bij het nemen van beslissingen maar weinig voorkomt. De meeste besluiten worden genomen op de automatische piloot of – in de woorden van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman – eerder ‘snel’ dan ‘langzaam’. Een ja-tenzij-systeem speelt in op dat soort snelle beslissingen en geeft de mensen de mogelijkheid om zich meer te gedragen in lijn met wat ze willen doen.

Tot nu toe maakten we het gemakkelijk voor de mensen die tegen automatische registratie zijn; zij hoeven niks te doen als ze geen donor willen zijn. Als de nieuwe wet de Eerste Kamer haalt, wordt dit omgedraaid en maken we het gemakkelijker voor de mensen die wel hun organen ter beschikking willen stellen maar vergeten actie te ondernemen (ruim 60 procent volgens een opiniepeiling uit 2014).

Zolang we erop toezien dat mensen die geen donor willen zijn gemakkelijk onder hun automatische registratie uit kunnen, bijvoorbeeld door ze er regelmatig aan te herinneren dat ze zich kunnen uitschrijven, brengen we niet alleen het aantal beschikbare organen omhoog maar houden we ook rekening met de manier waarop mensen beslissingen nemen.


Sanne won the best poster award at the EHPS!

The Self-Regulation Lab attended the EHPS in Aberdeen last week. It was a very nice conference, with a lot of interesting presentations from our international colleagues as well as our own lab members. Sanne even won the best poster award for her poster entitled “Lights off and off to bed: Using light-based implementation intentions to reduce bedtime procrastination”. Congratulations Sanne!

Click here for the abstract.


Doe mee met onze nieuwste studie ‘wie niet sterk is moet slim zijn’!

Doe mee met onze nieuwste studie ‘wie niet sterk is moet slim zijn’!

We willen en moeten tegenwoordig van alles: Gezonder eten en minder snoepen, meer aandacht hebben voor anderen en ons niet laten afleiden door berichtjes op onze telefoon, of meer geld sparen terwijl we een gat in onze hand hebben. Goede voornemens, maar doe het maar eens! Vaak lukt het wel voor een tijdje, maar houden we het niet vol.

In dit onderzoek gaan we uit van het principe “Wie niet sterk is moet slim zijn”. Hoe maken we van goede voornemens goede gewoontes? Hoe kunnen goede gewoontes ons helpen bij het behalen van onze voornemens? En houden we meer wilskracht over doordat gewoontes weinig moeite kosten? Om dit te onderzoeken zullen we u helpen bij het vormen van een gewoonte op het gebied van gezondheid, relaties, duurzaamheid, of geldzaken. Vervolgens zullen we een half jaar lang meten hoe een goede gewoonte ontstaat over tijd.

Voor meer informatie of aanmelden kunt u terecht op onze website http://www.nietsterkmaarslim.nl/

Scroll to top